fiksen heeft 13 vertalingen in 2 talen

vertaling van fiksen

NL EN engels 5 vertalingen
NL DE duits 8 vertalingen
Gebiedende wijs en deelwoorden
Tegenwoordig en verleden deelwoord fiksend
Tegenwoordig en verleden deelwoord gefikst
Soort ik jij hij/zij/het wij jullie zij
Presens fiks fikst fikst fiksen fiksen fiksen
Imperfect fikste fikste fikste fiksten fiksten fiksten
Toekomende tijd I zal fiksen zult fiksen zal fiksen zullen fiksen zullen fiksen zullen fiksen
Conditionalis I zou fiksen zou fiksen zou fiksen zouden fiksen zouden fiksen zouden fiksen
Perfectum heb gefikst hebt gefikst heeft gefikst hebben gefikst hebben gefikst hebben gefikst
Voltooid verleden tijd had gefikst had gefikst had gefikst hadden gefikst hadden gefikst hadden gefikst
Toekomende tijd II zal gefikst hebben zult gefikst hebben zal gefikst hebben zullen gefikst hebben zullen gefikst hebben zullen gefikst hebben
Conditionalis II zou hebben gefikst zou hebben gefikst zou hebben gefikst zouden hebben gefikst zouden hebben gefikst zouden hebben gefikst
Imperatief - fiks - fikst -

Volledige vervoeging van fiksen

Synoniemen voor fiksen

  1. Betekenis: klaarspelen [v]
    repareren {n}, fiksen (informal)
  2. Betekenis: fiksen [v]
    fiksen (informal), leveren {n}
  3. Betekenis: bolwerken [v]
    fiksen (informal), lappen, slagen, klaarspelen

Soortgelijke woorden fiksen

NL nederlands
EN engels
ES spaans
FR frans
IT italiaans
PT portugees
SV zweeds