Nederlands Nederlands woordenboek Nederlands

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Nederlands woordenboek. Vertalingen, Definitien, synoniemen, Werkwoordsvormen.

A

e.g. afschudden, afrekenen met, aanfluiting, aanprikkelen, affectiewaarde
Woorden met A - 3598
aA - aB - aC - aD - aE - aF - aG - aH - aI - aJ - aK - aL - aM - aN - aO - aP - aQ - aR - aS - aT - aU - aV - aX - aY - aZ

B

e.g. bevragen, box, boycotten, binomiaal, benauwing
Woorden met B - 3730
bA - bB - bE - bH - bI - bL - bO - bR - bT - bU - bY

C

e.g. catalogeren, cassetterecorder, coronair, cijferslot, chiffon
Woorden met C - 1335
cA - cB - cD - cE - cH - cI - cL - cO - cP - cR - cS - cU - cY

D

e.g. desgewenst, dierenhok, decodeermachine, duizend, doodop
Woorden met D - 2504
dA - dE - dH - dI - dJ - dN - dO - dR - dS - dU - dW - dY

E

e.g. eed, ebbehout, eitje, excellent, elastiek
Woorden met E - 1495
eA - eB - eC - eD - eE - eF - eG - eI - eJ - eK - eL - eM - eN - eO - eP - eQ - eR - eS - eT - eU - eV - eX - eY - eZ

F

e.g. fraternizeren, fout delen, foliëren, foor, fertiliseren
Woorden met F - 868
fA - fB - fE - fI - fJ - fL - fM - fN - fO - fR - fT - fU - fY

G

e.g. geboortenregeling, gradiënt, gewend, gelukken, gelijkwaardig
Woorden met G - 2592
gA - gB - gE - gI - gL - gN - gO - gR - gU - gY

H

e.g. huissleutel, harmoniërend, hoger draaien, handbal, harmonizeren
Woorden met H - 1968
hA - hE - hI - hM - hO - hU - hY

I

e.g. in gesprek, inklineren, ingedoopt, in verlegenheid brengen, in acht nemen
Woorden met I - 1999
iA - iB - iC - iD - iE - iG - iJ - iK - iL - iM - iN - iO - iQ - iR - iS - iT - iV

J

e.g. jacket, junior, jaguar, Jugendstil, joch
Woorden met J - 309
jA - jE - jI - jO - jU

K

e.g. klerikalisme, knip, kennismaking, kanonvuur, kwetteren
Woorden met K - 2522
kA - kE - kI - kL - kN - kO - kR - kU - kW - kY

L

e.g. leerjaar, luxe-, largo, legionairsziekte, lyofiliseren
Woorden met L - 1521
lA - lE - lI - lO - lS - lU - lY

M

e.g. muur, mechaniseren, moiré, multilateraal, mededelingenbord
Woorden met M - 2186
mA - mE - mI - mN - mO - mU - mW - mY

N

e.g. naslagboek, nazweren, niet benijdenswaardig, New Delhi, nostalgie
Woorden met N - 1243
nA - nE - nI - nO - nU - nY

O

e.g. oranjeappel, orkestratie, omstorten, overijld, openspalken
Woorden met O - 3863
oA - oB - oC - oD - oE - oF - oG - oH - oK - oL - oM - oN - oO - oP - oR - oS - oT - oU - oV - oX - oZ

P

e.g. predikatief, politicus, professen, plakband, pels
Woorden met P - 2443
pA - pC - pE - pF - pH - pI - pL - pN - pO - pR - pS - pT - pU - pY

Q

e.g. quizmaster, queruleren, quadrateren, quizleider, quantum
Woorden met Q - 41
qU

R

e.g. ricocheren, reproductief, reuk-, roerganger, reëngageren
Woorden met R - 1826
rA - rE - rH - rI - rN - rO - rU

S

e.g. strijd, stereo-installatie, solfegiëren, speeltuin, scheerbeurt
Woorden met S - 4198
sA - sC - sE - sF - sH - sI - sJ - sK - sL - sM - sN - sO - sP - sQ - sS - sT - sU - sW - sY

T

e.g. totempaal, tweehonderdjarig, traject, terminologie, toeschietelijk
Woorden met T - 2373
tA - tE - tH - tI - tJ - tL - tO - tR - tS - tU - tV - tW - tY

U

e.g. uitvenen, uit te leveren, uitvogelen, uitteren, uittellen
Woorden met U - 906
uF - uI - uK - uL - uM - uN - uP - uR - uS - uT - uU - uV - uW - uZ

V

e.g. veldspaat, variola, verstopte neus, voor wat het waard is, verscherven
Woorden met V - 4225
vA - vE - vH - vI - vL - vO - vR - vU

W

e.g. worstelaar, wenteltrap, wijting, werk in uitvoering, wacht
Woorden met W - 1556
wA - wE - wH - wI - wO - wR - wU

X

e.g. X-chromosoom, xenofobie, xylofoon, xeroxen, x-benen
Woorden met X - 5
xE - xY

Y

e.g. Yankee, yuca, yoga, yuppie, ypsilon
Woorden met Y - 13
yA - yE - yO - yP - yU

Z

e.g. zeiler, zich bevinden, zonder kinderen, zenuwtrek, zich mooi voordoend
Woorden met Z - 1614
zA - zE - zI - zO - zU - zW